ECLI:NL:PHR:2012:BV6741
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wijziging hoofdverblijfplaats minderjarige kinderen afgewezen door Hoge Raad
In deze familiezaak staat de hoofdverblijfplaats van twee minderjarige kinderen centraal na de echtscheiding van de ouders. De moeder verzocht om wijziging van de hoofdverblijfplaats naar haar, maar zowel de rechtbank als het gerechtshof wezen dit af. De moeder stelde in cassatie dat het hof onvoldoende gemotiveerd had geoordeeld en niet van recente en relevante feiten kennis had genomen.
De Hoge Raad overweegt dat de cassatieprocedure niet geschikt is voor een integrale heroverweging van de feiten, die aan het hof als feitenrechter zijn overgelaten. Het hof had geoordeeld dat het goed gaat met de kinderen bij de vader en dat er geen nieuwe omstandigheden zijn die een wijziging rechtvaardigen. Dit oordeel steunt op verklaringen van Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming.
De Hoge Raad acht het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd en wijst het cassatieberoep af. Er is geen schending van rechtsregels geconstateerd bij het oordeel dat nader onderzoek niet nodig was. De beslissing bevestigt dat het belang van de kinderen leidend is bij de vaststelling van de hoofdverblijfplaats.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de hoofdverblijfplaats van de kinderen blijft bij de vader.