ECLI:NL:PHR:2012:BV6821
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontheffing ouderlijk gezag wegens ongeschiktheid moeder met psychiatrische problematiek
De zaak betreft het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ontheffing van het ouderlijk gezag van een moeder over haar minderjarige dochter, die sinds haar geboorte in een pleeggezin verblijft. De moeder lijdt aan schizofrenie en wordt door het hof ongeschikt geacht om haar opvoedingstaken te vervullen. De rechtbank wees het verzoek aanvankelijk af, maar het hof vernietigde deze beslissing en ontheef de moeder van het gezag.
Het hof motiveerde dat de moeder onvoldoende inzicht heeft in haar problematiek en dat terugplaatsing niet meer tot het perspectief van het kind behoort. De jaarlijkse verlengingen van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing veroorzaken spanningen en onzekerheid, wat de ontwikkeling en hechting van het kind belemmert. Het belang van het kind bij continuïteit en stabiliteit in het pleeggezin weegt zwaarder dan het recht van de moeder op hereniging.
De moeder voerde in cassatie aan dat het hof onterecht geen onafhankelijk psychiatrisch deskundigenbericht heeft gelast en dat het rapport van de raad niet actueel is. De Hoge Raad verwierp deze klachten, verwijzend naar de beoordelingsvrijheid van de feitenrechter en het ontbreken van een gemotiveerd verzoek tot benoeming van een deskundige. Ook werd geoordeeld dat het hof voldoende rekening hield met alle omstandigheden en dat ontheffing in het belang van het kind is. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De moeder wordt ontheven van het ouderlijk gezag wegens ongeschiktheid en het belang van het kind bij stabiliteit in het pleeggezin.