1 Beschikking van het hof 's-Gravenhage van 9 juni 2010, p. 2, tweede tekstblok in verbinding met de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 24 juli 2009, p. 1 onder "De vaststaande feiten".
2 Zie ook beschikking rechtbank Rotterdam van 24 juli 2009, p. 2, 2e tekstblok.
3 Het cassatieverzoekschrift is 9 september 2010 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen.
4 Zie over gedwongen ontheffing nader en voor een overzicht van de rechtspraak dienaangaande Personen- en familierecht (losbl.), titel 14 (Doek), art. 268, aant. 5.
5 HR 4 april 2008, LJN: BC5726, NJ 2008, 506 m.nt. JdB.
6 Zie o.m. HR 15 juni 1990, LJN: AC4215, NJ 1990, 632; HR 8 mei 1992, LJN: ZC0600, NJ 1992, 498; HR 25 april 1997, LJN: AD2733, NJ 1997, 596 m.nt. JdB; HR 7 april 2000, LJN: AA5406, NJ 2000, 563 m.nt. JdB; zie voorts Asser/De Boer I* 2010, nr. 867.
7 LJN: BC5726, NJ 2008, 506 m.nt. JdB.
8 Ontleend aan de motivering van het hof voor zijn oordeel dat er grond bestaat verzoeker te ontheffen van zijn gezag, welk oordeel volgens de Hoge Raad geen blijk gaf van een onjuiste rechtsopvatting, noch nadere motivering behoefde; zie HR 4 april 2008, LJN: BC5726, NJ 2008, 506 m.nt. JdB, rov. 3.2.
9 Zie over de vraag wat de belangen van het kind zijn of wat in het belang van het kind is: E.C.C. Punselie, Voor een pleegkind met recht een toekomst (diss. 2006), p. 81-83.
10 Zie o.m. Hof 's-Hertogenbosch 8 november 2000, LJN: AD8610, NJ 2001, 659; Rechtbank Utrecht 7 mei 2003, LJN: BL8230, FJR 2004, 119; Rechtbank Groningen 17 juni 2004, LJN: AP4368, FJR 2004, 120; Hof 's-Hertogenbosch 5 augustus 2004, JIN 2004, 18; Hof Arnhem 17 januari 2006, LJN: AV2505, RFR 2006, 50; Rechtbank Groningen 31 januari 2006, LJN AV1480, RFR 2006, 55; Hof 's-Hertogenbosch 6 juni 2006, LJN: AY6904; Rechtbank 's-Gravenhage 18 juli 2006, LJN AY5711, FJR 2006, 104; Hof 's-Gravenhage 6 juni 2007, LJN: BA9040; Rechtbank Leeuwarden 20 juni 2007, LJN: BA7655. Zie ook Asser/De Boer I* 2010, nr. 843.
11 Zie o.m. Rechtbank Groningen 17 juni 2004, LJN: AP4368, FJR 2004, 120; Rechtbank Groningen 31 januari 2006, LJN: AV1480, RFR 2006, 55; Rechtbank Leeuwarden 20 juni 2007, LJN: BA7655.
12 Asser-De Boer I* 2010, nr. 842.
13 EHRM 12 juli 2001 (K. and T. v. Finland), RJD 2001-VII, p. 191, par. 156; EHRM 14 januari 2003 (K.A. v. Finland), par. 138; EHRM 8 april 2004 (Haase), NJ 2005, 186 m.nt. JdB, par. 103. Zie ook de noot van De Boer onder laatstgenoemde uitspraak, onder 8, en voorts Punselie, Voor een pleegkind met recht een toekomst (diss 2006), p. 83-86.
14 Hof 's-Hertogenbosch 22 april 1999, FJR 2002, 48, 8 november 2000, LJN: AD8610, NJ 2001, 659, 5 augustus 2004, JIN 2004, 18 m.nt. Bruning en 6 juni 2006, LJN: AY6904.
15 Hof Arnhem 17 januari 2006, LJN: AV2505, RFR 2006, 50.
16 Hof 's-Gravenhage 6 juni 2007, LJN: BA9040.
17 Zie o.a. HR 8 april 1994, LJN: AC0329, NJ 1994, 550; HR 31 maart 1995, LJN: ZC1691, NJ 1995, 597 m.nt. HER; HR 14 december 2001, LJN: AD3993, NJ 2002, 73; HR 8 oktober 2004, LJN: AP1083, NJ 2006, 478 m.nt JH.
18 Art. 810a lid 2 is voorgesteld bij amendement van M.M. van der Burg e.a. (Kamerstukken II, 1993-1994, 22 487, nr. 15, later gewijzigd bij nr. 18). Zie voorts voor de toelichting op het amendement de mondelinge behandeling (Handelingen II, 1993-1994, nr. 55, p. 4136-4137 en 4148).
19 Zie Burgerlijke Rechtsvordering (losbl.), titel 6 (Doek), art. 810a, aant. 3.
20 Vgl. HR 22 januari 2010, LJN: BK1639, NJ 2011, 269 m.nt. HJS: in het petitum van de dagvaarding opgenomen vordering tot het bevelen van een deskundigenonderzoek ziet op instructie van de zaak en kan niet worden aangemerkt als de rechtsvordering die inzet van het geding is.
21 De moeder heeft in haar verweerschrift in appel (p. 1, onder 2) omtrent het belang van de minderjarige slechts het volgende gesteld: "Er is op dit moment geen - al dan niet urgent - belang voor [de minderjarige] om tot ontheffing over te gaan. Evenmin worden de belangen van [de minderjarige] geschaad als [verweerster] niet uit het gezag wordt ontheven."
22 P-v zitting hof 's-Gravenhage van 12 mei 2010, p. 3 en 4.