ECLI:NL:PHR:2012:BV7082

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
28 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00288
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling overschrijding redelijke termijn in cassatieprocedure strafzaak

In deze strafzaak werd verdachte door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor diefstal met geweld en bedreiging, gepleegd door meerdere personen. Verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest.

Het middel klaagde over een overschrijding van de redelijke termijn, omdat tussen het instellen van het cassatieberoep op 11 januari 2011 en de ontvangst van het dossier bij de Hoge Raad op 19 augustus 2011 meer dan zes maanden waren verstreken. Dit werd erkend, waarbij tevens werd vastgesteld dat verdachte ten tijde van het cassatieberoep gedetineerd was.

De Procureur-Generaal concludeerde echter dat doordat de Hoge Raad de zaak binnen veertien maanden na het instellen van het cassatieberoep afhandelde, de overschrijding van de inzendtermijn voldoende werd gecompenseerd. Hierdoor was er geen sprake van een schending van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro. Er werd geen aanleiding gezien om de strafoplegging te beïnvloeden en het cassatieberoep werd verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat de overschrijding van de inzendtermijn wordt gecompenseerd door een voortvarende behandeling binnen veertien maanden.

Conclusie

Nr. 11/00288
Mr. Machielse
Zitting 24 januari 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte](1)
1. Het Gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, heeft verdachte op 4 januari 2011 van het onder 2 tenlastegelegde vrijgesproken en hem voor: Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar. Voorts heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, zoals in het arrest omschreven.
2. Mr. Yesilgoz, advocaat te Amsterdam, heeft cassatie ingesteld. Mr. P.M. Rombouts, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.
3.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn is overschreden omdat tussen de dag van het instellen van cassatie, 11 januari 2011, en die van de ontvangst van het dossier ter griffie van de Hoge Raad, 19 augustus 2011, meer dan zes maanden zijn verstreken.
De gegevens waar de schriftuur van uitgaat zijn correct.
3.2. Sinds het instellen van het cassatieberoep is tot de dag van vandaag iets meer dan een jaar verlopen. Hoewel de cassatieakte het niet vermeldt, volgt uit de stukken genoegzaam dat verdachte (ook) ten tijde van het instellen van het cassatieberoep gedetineerd was. De redelijke termijn is derhalve bij de inzending van de stukken met ruim twee maanden overschreden. Als de Hoge Raad evenwel arrest wijst voor 11 maart 2012 is er sprake van een voortvarende behandeling in cassatie, waardoor de schending van de redelijke termijn wordt gecompenseerd.
3.3. Op het moment van het schrijven van deze conclusie is alleszins sprake van zo'n voortvarende behandeling. Thans is er nog geen reden om te adviseren om aan de schending van de redelijke termijn consequenties te verbinden in de sfeer van de strafoplegging.
4. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.
5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met nr. 11/00578 ([medeverdachte]), waarin ik ook vandaag concludeer.