ECLI:NL:PHR:2012:BV7505
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag tot herziening wegens onvoldoende nieuw bewijs bij ontuchtzaak
Aanvrager is veroordeeld door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor het plegen van ontuchtige handelingen met een destijds zesjarig meisje, waarbij het hof zich baseerde op verklaringen van het slachtoffer, haar ouders en verdachte zelf.
Een aanvraag tot herziening werd ingediend op grond van een studioverhoor van het slachtoffer dat enkele maanden na het oorspronkelijke verhoor was afgenomen. Dit nieuwe verhoor bevatte verklaringen die afweken van eerdere verklaringen en ontlastend zouden kunnen zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het nieuwe bewijs onvoldoende gewicht heeft om een ernstig vermoeden te wekken dat het hof bij kennis daarvan tot vrijspraak zou zijn gekomen. Het hof heeft de eerdere verklaringen en de bewijsconstructie zorgvuldig gewogen, waarbij het studioverhoor van 11 augustus 2004 centraal stond.
De aanvraag tot herziening wordt daarom afgewezen. De Hoge Raad benadrukt dat de latere verklaring van het slachtoffer vooral betrekking had op het maken van naaktfoto's en niet op het ontuchtig betasten, en dat het ontkennende antwoord van het slachtoffer niet kan worden geïnterpreteerd als ontlastend ten aanzien van de ontuchtige handelingen.
De uitspraak bevestigt de onherroepelijke veroordeling van aanvrager tot een gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af wegens onvoldoende gewicht van het nieuwe bewijs.