ECLI:NL:PHR:2012:BV7507
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijswaarde van fotoconfrontaties in strafzaak oplichting en valsheid in geschrift
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld door het Gerechtshof Amsterdam voor feitelijke leidinggeving aan oplichting en valsheid in geschrift, gepleegd door een rechtspersoon, en deelname aan een criminele organisatie. De verdediging stelde in cassatie dat de fotoconfrontaties die tot herkenning van verdachte leidden, onrechtmatig waren en niet als bewijs mochten dienen vanwege procedurele tekortkomingen zoals het ontbreken van gecertificeerde ambtenaren als confrontatieleiders en het gezamenlijk bekijken van foto's door getuigen.
De Hoge Raad oordeelde dat de wet geen specifieke regels kent voor fotoherkenningen en dat de wijze waarop deze confrontaties waren uitgevoerd niet in strijd was met het recht op een eerlijk proces. Ondanks de gebreken in de procedure achtte het hof de herkenningen, mede door de onderlinge samenhang en de beoordeelde betrouwbaarheid, voldoende betrouwbaar om als bewijs te dienen.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. Er werden geen gronden gevonden voor vernietiging van het arrest. De zaak betreft een complex strafrechtelijk geschil met meerdere betrokken verdachten en vorderingen van benadeelde partijen, waarbij ook schadevergoedingen werden opgelegd.
Uitkomst: Hoge Raad verwierp cassatie en bevestigde veroordeling tot vier jaar gevangenisstraf.