ECLI:NL:PHR:2012:BV8289
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepkwekerij
In deze zaak stond de ontnemingsvordering van wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij centraal. Het Hof Arnhem had de betrokkene bij arrest van 10 februari 2011 veroordeeld tot betaling van €25.158,- aan de Staat. De betrokkene stelde in cassatie dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het afweek van zijn onderbouwde standpunt over het aantal planten per vierkante meter en de opbrengst.
Het hof baseerde zich op het rapport van BOOM en het 'Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij', waarin werd vastgesteld dat er gemiddeld 15 planten per vierkante meter stonden met een opbrengst van 28,2 gram per plant. De verkoopprijs werd gesteld op €3.682 per kilogram. De totale opbrengst van drie oogsten werd berekend op 7,614 kilogram, wat resulteerde in een bruto opbrengst van €28.034,75. Na aftrek van de door de betrokkene gestelde kosten van €2.879,- bleef het wederrechtelijk voordeel van €25.158,- over.
De betrokkene voerde aan dat het rapport niet als een proces-verbaal in wettelijke vorm gold en dat het hof onvoldoende redenen had gegeven om af te wijken van zijn standpunt. De Hoge Raad oordeelde echter dat het rapport wel degelijk een voldoende wetenschappelijke basis en ondertekening bevatte, waardoor het als bewijsmiddel mocht dienen. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en bevestigde daarmee de ontnemingsvordering.
De zaak illustreert de beoordeling van bewijs en motivering bij ontnemingsvorderingen in strafzaken, waarbij het hof een ruime beoordelingsvrijheid heeft en de Hoge Raad terughoudend is in het corrigeren van feitelijke bewijsconstructies.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt ontnemingsvordering van €25.158,- wegens hennepkwekerij.