ECLI:NL:PHR:2012:BW0647
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens niet beslissen op verzoek tot horen getuigen in witwaszaak
In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens witwassen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en verbeurdverklaring van een geldbedrag van €49.010. De verdediging voerde onder meer aan dat de doorzoeking van de auto onrechtmatig was en dat getuigen gehoord moesten worden om de wettelijke grondslag van de doorzoeking te verifiëren.
Het hof oordeelde dat de douaneambtenaren bevoegd waren op grond van artikel 11 van Pro de Douanewet (oud) tot het verrichten van het onderzoek, ook zonder verdenking. Het hof verwierp het verzoek tot het horen van getuigen omdat het vond dat het niet noodzakelijk was voor de vaststelling van de feiten. Tevens achtte het hof het wettige en overtuigende bewijs voor witwassen aanwezig, mede vanwege de wijze waarop het geld was aangetroffen en het ontbreken van een geloofwaardige verklaring.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof had moeten beslissen op het voorwaardelijke verzoek tot het horen van getuigen, nu de aan het verzoek verbonden voorwaarde was vervuld. Het niet beslissen op dit verzoek leidt tot nietigheid van het arrest. Daarnaast vindt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het horen van de vader van verdachte als getuige niet noodzakelijk was, terwijl deze verklaring relevant was voor de beoordeling van het witwasverweer.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep, waarbij het verzoek tot het horen van getuigen alsnog moet worden behandeld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens nietigheid en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.