ECLI:NL:PHR:2012:BW1256
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding na verkeersongeval door onvoldoende bewijs onrechtmatig rijgedrag
Op 26 februari 2006 vond een verkeersongeval plaats te Moerdijk tussen een personenauto en een vrachtwagen. De bestuurder van de personenauto, eiser tot cassatie, stelde dat de vrachtwagenchauffeur onrechtmatig handelde door het grootlicht te blijven voeren, waardoor hij werd verblind en de aanrijding ontstond. Na een procedure bij de rechtbank Rotterdam en hoger beroep bij het hof te 's-Gravenhage werd de vordering van eiser afgewezen wegens onvoldoende bewijs.
Het hof oordeelde dat de bewijslast niet onjuist was verdeeld en dat eiser niet had bewezen dat de vrachtwagenchauffeur het grootlicht bleef voeren. Ook was niet vastgesteld dat de vrachtwagenchauffeur zijn snelheid onvoldoende had aangepast of onvoldoende rechts had gehouden. Daarnaast ontbrak een causaal verband tussen het rijgedrag van de vrachtwagenchauffeur en het ongeval.
In cassatie werden vier middelen aangevoerd, onder meer tegen de bewijslastverdeling en het bewijs van onrechtmatig rijgedrag. De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onbegrijpelijke of onjuiste oordelen had gegeven en dat het cassatieberoep daarom verworpen moest worden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig rijgedrag en causaal verband.