ECLI:NL:PHR:2012:BW1956
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en termijnen bij herziene WOZ-beschikkingen en aanslagen onroerendezaakbelasting
Belanghebbende, eigenaar van twee verbonden woningen in de gemeente Lingewaal, maakte bezwaar tegen WOZ-waardebeschikkingen en aanslagen onroerendezaakbelasting voor 2005 en 2006. De oorspronkelijke beschikkingen werden vernietigd wegens onjuiste objectafbakening. Vervolgens legde de heffingsambtenaar herziene beschikkingen en aanslagen op, waartegen belanghebbende opnieuw bezwaar en beroep instelde.
De kern van het geschil betrof drie vragen: of de overdracht van procesbevoegdheid aan de directeur van de Belastingsamenwerking Rivierenland rechtsgeldig was; of de termijn van acht weken voor het opleggen van herziene waardebeschikkingen na vernietiging van de oorspronkelijke beschikkingen moet worden gerespecteerd; en of het terecht was dat een aanhorigheid, niet begrepen in de oorspronkelijke beschikking, wel in de herziene beschikking was betrokken.
De Hoge Raad overwoog dat de heffingsbevoegdheid van de gemeenteambtenaar kan worden overgedragen aan een ambtenaar van een gemeenschappelijk openbaar lichaam, mits dit rechtsgeldig is geregeld. De termijn van acht weken uit artikel 18a, lid 2, AWR is dwingend van toepassing op het opleggen van vervangende waardebeschikkingen na vernietiging wegens onjuiste objectafbakening. De herziene beschikkingen die na deze termijn zijn opgelegd, zijn niet rechtsgeldig. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat een aanhorigheid die niet in de oorspronkelijke beschikking was betrokken, niet alsnog in de vervangende beschikking mag worden opgenomen, omdat dit in strijd is met artikel 16 Wet Pro WOZ en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof wegens niet tijdige afgifte van vervangende waardebeschikkingen en onrechtmatige betrokkenheid van een aanhorigheid in de herziene beschikking.