ECLI:NL:HR:2012:BW1956
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Th. Groeneveld
- G. de Groot
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid en tijdigheid van WOZ-beschikkingen en onroerendezaakbelastingen na onjuiste objectafbakening
Belanghebbende betwistte de vastgestelde waarden en aanslagen onroerendezaakbelastingen over de jaren 2005 en 2006 voor twee onroerende zaken, nadat eerdere beschikkingen waren vernietigd wegens onjuiste objectafbakening. Na vernietiging werden nieuwe beschikkingen en aanslagen opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Lingewaal, die de bevoegdheid had gedelegeerd aan de directeur van de Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR).
De Rechtbank Arnhem verklaarde de beroepen gegrond voor zover het de waarde en aanslagen van een van de onroerende zaken betrof en vernietigde de beschikkingen. Het Hof bevestigde deze uitspraak, waarna belanghebbende beroep in cassatie instelde bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de directeur van BSR rechtsgeldig was aangewezen als heffingsambtenaar en daarmee bevoegd was op te treden. Daarnaast werd geoordeeld dat de herziene WOZ-beschikkingen en aanslagen tijdig waren genomen binnen de wettelijke termijnen, en dat het herstellen van andere fouten bij het nemen van nieuwe beschikkingen niet in strijd is met de wet. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof bevestigd.