ECLI:NL:PHR:2012:BW4230
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn bij voorbereiding ontploffing
In deze zaak stond de voorbereiding van een ontploffing met gevaar voor goederen en personen centraal. Verdachte werd door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf voor het vervaardigen en voorhanden hebben van explosieve stoffen en pijpbommen, bestemd voor het plegen van een misdrijf met een straf van acht jaar of meer.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het binnentreden in zijn woning onrechtmatig was en dat dit tot bewijsuitsluiting moest leiden. De Hoge Raad verwierp dit verweer omdat het onrechtmatige binnentreden niet in het kader van het voorbereidend onderzoek tegen verdachte was gepleegd, maar vanwege de aanhouding van een huisgenoot.
Verder klaagde verdachte terecht over overschrijding van de redelijke termijn tussen het instellen van cassatie en de ontvangst van het dossier bij de Hoge Raad. De Hoge Raad achtte dit een grond voor strafvermindering en vernietigde het arrest voor wat betreft de strafoplegging.
Ten slotte bevestigde de Hoge Raad dat voor strafbare voorbereiding van het delict van art. 157 Sr Pro niet vereist is dat het opzet gericht is op het teweegbrengen van gevaarlijke gevolgen, maar dat het gevaar naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn. Het hof had terecht geoordeeld dat verdachte opzet had op het vervaardigen van explosieven met een voorzienbaar gevaar voor de beschermde rechtsgoederen.
Uitkomst: Het arrest is vernietigd voor wat betreft de strafoplegging wegens overschrijding van de redelijke termijn; de bewezenverklaring blijft in stand.