ECLI:NL:HR:2005:AU3297
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping niet-ontvankelijkheid bij onrechtmatig binnentreden politie
In deze strafzaak stond centraal of het onrechtmatig binnentreden van politiefunctionarissen in de woning van een derde, zonder toestemming en zonder de juiste machtiging, aanleiding kon zijn om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging van de verdachte wegens bedreiging. Het hof had geoordeeld dat het binnentreden onrechtmatig was, maar dat dit niet in het kader van het voorbereidend onderzoek had plaatsgevonden en dat de belangen van de verdachte niet waren geschonden omdat hij niet als bewoner van die woning kon worden aangemerkt.
De verdachte stelde in cassatie dat het onrechtmatig binnentreden de vervolging moest verhinderen, mede op grond van schending van artikel 8 EVRM Pro. De Hoge Raad overwoog dat het binnentreden inderdaad onrechtmatig was, maar dat dit niet gebeurde binnen het voorbereidend onderzoek van de tenlastegelegde bedreiging. Hierdoor was het verweer van niet-ontvankelijkheid terecht verworpen door het hof.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof, waarmee de veroordeling tot zes weken gevangenisstraf wegens bedreiging in stand bleef. Dit arrest onderstreept de grenzen van het effect van onrechtmatig verkregen bewijs en de toepassing van procesrechtelijke sancties in het strafproces.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte tot zes weken gevangenisstraf wegens bedreiging.