ECLI:NL:PHR:2012:BW5514
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over compensatie bij langdurige vluchtvertraging en prejudiciële vragen HvJ EU
Deze zaak betreft het recht op compensatie voor passagiers bij langdurige vertraging van een vlucht op grond van artikel 7 van Pro Verordening (EG) Nr. 261/2004, mede in het licht van het Sturgeon-arrest van het HvJ EU. De passagiers vorderen compensatie van ArkeFly wegens een vertraging van meer dan vijf uur op een vlucht van Amsterdam naar Gran Canaria.
De kantonrechter veroordeelde ArkeFly tot betaling van compensatie, waarbij werd geoordeeld dat het Sturgeon-arrest voldoende duidelijkheid biedt over het recht op compensatie en dat geen prejudiciële vragen aan het HvJ EU nodig zijn. ArkeFly stelde cassatie in tegen deze beslissing, met name over het niet stellen van prejudiciële vragen en het ontbreken van pleidooi.
De Hoge Raad oordeelt dat de kantonrechter als hoogste rechter in de zin van artikel 267 VWEU Pro niet verplicht was prejudiciële vragen te stellen omdat geen redelijke twijfel bestond over de uitleg van de Verordening. Wel is geoordeeld dat het recht op pleidooi, gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro en artikel 134 Rv Pro, is geschonden omdat ArkeFly tijdig had aangegeven gebruik te willen maken van pleidooi, maar dit niet is toegestaan.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van het vonnis en verwijzing van de zaak, vanwege het schenden van het recht op pleidooi, terwijl het oordeel over het niet stellen van prejudiciële vragen standhoudt.
Uitkomst: De zaak wordt vernietigd en verwezen vanwege schending van het recht op pleidooi; het niet stellen van prejudiciële vragen wordt bevestigd.