ECLI:NL:PHR:2012:BW5515
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op compensatie bij langdurige vluchtvertraging volgens Sturgeon-arrest
In deze zaak vorderen [verweerder] c.s. compensatie van KLM wegens een vluchtvertraging van circa tien uur en twintig minuten op hun route van Düsseldorf naar Nairobi via Amsterdam. KLM betwistte het recht op compensatie omdat de vertraging op het eerste deel van de vlucht slechts 35 minuten bedroeg en de aansluitende vlucht zonder vertraging vertrok en landde.
De kantonrechter te Amsterdam oordeelde dat het Sturgeon-arrest van het HvJ EU als geldend recht geldt en dat passagiers aanspraak kunnen maken op compensatie bij langdurige vertraging, ook als de vertraging zich bij een tussenstop voordoet. De vertraging moet worden berekend over de gehele vluchtroute en niet per afzonderlijke vluchtsegmenten. KLM ging in cassatie tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel van KLM, dat onder meer betoogde dat de vertraging per vluchtsegment moest worden beoordeeld en dat de zaak moest worden aangehouden in afwachting van nieuwe prejudiciële vragen bij het HvJ EU. De Hoge Raad oordeelde dat de kantonrechter voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld en dat er geen procesrechtelijke verplichting bestaat om de zaak aan te houden. Het Sturgeon-arrest geldt als geldend recht en de vordering tot compensatie is toewijsbaar.
De Hoge Raad geeft hiermee duidelijkheid over de toepassing van Verordening (EG) Nr. 261/2004 in gevallen van langdurige vertraging over meerdere vluchtsegmenten en bevestigt het recht van passagiers op compensatie, ook als de vertraging zich bij een tussenstop voordoet.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het recht op compensatie bij langdurige vertraging over meerdere vluchtsegmenten en wijst het beroep van KLM af.