ECLI:NL:PHR:2012:BW5872
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst woonruimte wegens betalingsachterstand en onderhoudsgebreken
In deze zaak vorderde de verhuurder ontbinding van de huurovereenkomst met de huurder vanwege een aanzienlijke huurachterstand. De huurder stelde zich op het standpunt dat hij de huur mocht opschorten vanwege onderhoudsgebreken aan de woning, die volgens hem voortvloeiden uit bijzondere verplichtingen van de verhuurder jegens een voormalige corporatie.
Het hof had geoordeeld dat de gebreken onvoldoende ernstig waren om een volledige opschorting van de huurbetaling te rechtvaardigen, mede omdat een deel van de gebreken pas laat was gemeld en de huurder geen huurvermindering had gevorderd. De huurder had zich bovendien niet gehouden aan afspraken uit een eerdere comparitie.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof terecht de ernst van de gebreken en de rechtvaardiging van de opschorting had beoordeeld als feitelijke waardering die niet onjuist was. De klachten van de huurder waren onvoldoende om het oordeel aan te tasten. Het cassatieberoep werd verworpen en de ontbinding van de huurovereenkomst bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de ontbinding van de huurovereenkomst wegens langdurige huurachterstand en onvoldoende ernstige gebreken.