ECLI:NL:PHR:2012:BW6661
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen uitgifte valse bankbiljetten van 50 euro
Op 13 maart 2008 zijn verdachte en anderen geobserveerd terwijl zij met een blauwe Opel personenauto meerdere winkels in de regio Utrecht bezochten. Zij betaalden met valse bankbiljetten van 50 euro, die hetzelfde serienummer en plaatnummer hadden. Op een van de biljetten werd een vingerafdruk van verdachte aangetroffen.
Verdachte heeft verklaard één van de inzittenden van de auto te zijn geweest, maar heeft geen openheid gegeven over het overhandigen van briefgeld aan een onbekende vrouw, wat het hof interpreteerde als wisselgeld van de valse biljetten. Het hof achtte de verklaring van verdachte dat de biljetten afkomstig waren van de verkoop van zijn scooter niet aannemelijk.
Het hof veroordeelde verdachte voor medeplegen van het opzettelijk uitgeven van valse bankbiljetten en legde een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaar op, alsmede een taakstraf van 100 uur. Het hof wees tevens de vordering van de benadeelde partij toe en legde een schadevergoedingsmaatregel op.
Verdachte stelde in cassatie middelen aan het hof ten grondslag, waaronder een klacht over overschrijding van de redelijke termijn en onvoldoende motivering van de bewezenverklaring. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde het arrest van het hof, waarmee het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een taakstraf van 100 uur voor medeplegen van het uitgeven van valse bankbiljetten.