ECLI:NL:PHR:2012:BW6734
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belang bij toetsing maatregel uithuisplaatsing kind blijft bestaan na afloop maatregel
In deze zaak stond de vraag centraal of verzoekster belang behield bij het aanvechten van een maatregel tot uithuisplaatsing van haar kind, ook nadat de geldingsduur van die maatregel was verstreken. Het hof Amsterdam had verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep omdat de maatregel inmiddels was geëindigd.
De Hoge Raad overwoog dat de rechtspraak sinds het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 7 juni 2011 is gewijzigd. Personen die worden getroffen door kinderbeschermingsmaatregelen die onder artikel 8 EVRM Pro vallen, behouden in beginsel belang bij het aanvechten van die maatregelen, ook na afloop van de maatregel.
De Hoge Raad constateerde dat de behandeling van de zaak in cassatie onaanvaardbaar lang had geduurd, deels door tekortkomingen van de raadsman en deels door de civiele administratie van de Hoge Raad. Desondanks achtte de Hoge Raad het niet zinvol om de zaak verder te behandelen vanwege het verstreken tijdsverloop en gewijzigde omstandigheden. Daarom vernietigde de Hoge Raad het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling.