ECLI:NL:HR:2012:BW6734
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Toetsing rechtmatigheid uithuisplaatsing kind na afloop maatregel
De zaak betreft een moeder die cassatie instelde tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam, dat haar in hoger beroep niet-ontvankelijk had verklaard omdat de termijn van de uithuisplaatsing van haar kind was verstreken.
De moeder oefent het gezag uit over haar kind, dat sinds 2003 in een pleeggezin verblijft. De rechtbank had de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 19 mei 2010, met ingang van 1 januari 2010. Het hof verklaarde het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug. De Hoge Raad stelt dat de moeder op grond van artikel 8 EVRM Pro, het recht op eerbiediging van het gezinsleven, een rechtens relevant belang heeft om de rechtmatigheid van de uithuisplaatsing te laten toetsen, ook na het verstrijken van de maatregel. Het procesbelang mag haar daarom niet worden ontzegd op de enkele grond dat de termijn is verstreken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug omdat de moeder procesbelang behoudt om de rechtmatigheid van de uithuisplaatsing te laten toetsen.