ECLI:NL:PHR:2012:BW7171
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aansprakelijkheid bank voor frauduleuze transacties werknemer
Yardworth Corporation N.V. vordert van ABN AMRO Bank N.V. schadevergoeding wegens vermeende schending van de bancaire zorgplicht, nadat een werknemer frauduleus bijna 38 miljoen USD van de rekening opnam.
De rechtbank en het hof wezen de vorderingen af, stellende dat de werknemer formeel bevoegd was en dat ABN AMRO niet verplicht was elke transactie inhoudelijk te controleren. Yardworth stelde dat afwijkingen in het transactieprofiel en MOT-meldingen aanleiding hadden moeten zijn tot nader onderzoek door de bank.
De Hoge Raad oordeelt dat het risico van misbruik bij Yardworth ligt, dat de bank haar zorgplicht niet heeft geschonden en dat de stellingen van Yardworth onvoldoende concreet en onderbouwd waren. Het bewijsaanbod werd terecht gepasseerd. De klachten over het niet meenemen van MOT-meldingen en andere bewijsaanbiedingen falen. Het arrest bevestigt dat banken niet verplicht zijn om elke transactie inhoudelijk te beoordelen en dat de geheimhoudingsplicht van de Wet MOT een onderzoeksplicht niet impliceert.
De Hoge Raad bekrachtigt het arrest van het hof en wijst het cassatieberoep af, waarbij Yardworth wordt veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat ABN AMRO niet aansprakelijk is voor de frauduleuze transacties.