ECLI:NL:PHR:2012:BW7372
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring brandstichting ondanks zwijgrecht verdachte
De zaak betreft een veroordeling van verdachte wegens opzettelijke brandstichting en het veroorzaken van een ontploffing met levensgevaar voor anderen en gemeen gevaar voor goederen. Het hof had verdachte veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf op basis van diverse bewijsmiddelen, waaronder een haaronderzoek van het NFI waaruit bleek dat haren van verdachte aan een hittebron waren blootgesteld.
Verdachte beriep zich op zijn zwijgrecht, maar het hof trok hieruit in samenhang met andere bewijzen, zoals camerabeelden, getuigenverklaringen en de aanwezigheid van afstandsbedieningen, de conclusie dat verdachte de dader was. De verdediging stelde dat het zwijgen niet nadelig mocht worden uitgelegd en dat het bewijs onvoldoende was, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste maatstaf had gehanteerd en dat er sprake was van een 'prima facie' zaak.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde dat het hof voldoende gemotiveerd had waarom het zwijgen van verdachte in het bewijs kon worden betrokken. Ook werd geoordeeld dat de eigen waarneming van het hof omtrent de schoenen van de dader niet doorslaggevend was, maar dit de bewezenverklaring niet ondermijnde.
Uiteindelijk werd het beroep van verdachte verworpen en bleef de veroordeling in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot zes jaar gevangenisstraf voor opzettelijke brandstichting.