ECLI:NL:PHR:2012:BW7476
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling cassatieberoep in zaak internationale kinderontvoering met rechtsmiddelenverbod
In deze zaak gaat het om een verzoek tot teruggeleiding van twee minderjarige kinderen van Nederland naar Nigeria, waarbij de moeder het hoger beroep van de Centrale Autoriteit en de vader tegen de teruggeleidingsbeschikking van het hof aanvecht met een cassatieberoep.
De Wet van 10 november 2011 heeft het beroep in cassatie in internationale kinderontvoeringszaken beperkt door een cassatieverbod in te voeren voor beschikkingen van het hof na 1 januari 2012. Dit verbod is ingevoerd om de teruggeleidingsprocedures te bespoedigen en de rechtseenheid te waarborgen.
De moeder betoogt dat het cassatieverbod doorbroken moet worden, onder meer vanwege schending van artikel 8 EVRM Pro (recht op respect voor privé- en gezinsleven). De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat het cassatieverbod terecht is toegepast, het hof niet buiten zijn bevoegdheid is getreden en dat schending van artikel 8 EVRM Pro geen doorbrekingsgrond vormt.
Daarom wordt het cassatieberoep van de moeder niet-ontvankelijk verklaard. De procedure is geconcentreerd bij rechtbank en hof 's-Gravenhage, en de Centrale Autoriteit is niet langer bevoegd in rechte op te treden in deze zaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het cassatieverbod in de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering.