ECLI:NL:PHR:2012:BW7740
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid uitsluiting kinderbijslag voor vreemdelingen zonder onvoorwaardelijke verblijfstitel
De zaak betreft de beoordeling van het koppelingsbeginsel in de Algemene Kinderbijslagwet (AKW), waarbij vreemdelingen zonder onvoorwaardelijke verblijfstitel worden uitgesloten van kinderbijslag. Diverse rechtbanken verklaarden beroepen van vreemdelingen tegen afwijzende besluiten ongegrond. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) bevestigde dat het onderscheid naar verblijfstitel gerechtvaardigd is en verenigbaar met het gelijkheidsbeginsel en internationale verdragen zoals het EVRM en IVBPR.
De Hoge Raad heeft het fiscale woonplaatsbegrip als maatstaf genomen voor ingezetenschap en erkent dat verblijfsstatus slechts één van de vele omstandigheden is die een duurzame band met Nederland bepalen. Het koppelingsbeginsel is ingevoerd om te voorkomen dat illegale vreemdelingen aanspraak maken op collectieve voorzieningen, wat het vreemdelingenbeleid zou frustreren.
Het arrest bespreekt uitgebreid de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), waaronder de zaken Gaygusuz en Niedzwiecki, en bevestigt dat het onderscheid naar verblijfsstatus binnen de sociale zekerheid een ruime beoordelingsvrijheid voor de wetgever toekomt. De Hoge Raad wijst erop dat het recht op kinderbijslag een recht van de ouders is en niet van het kind zelf, en dat het IVRK geen zelfstandig recht op kinderbijslag aan het kind toekent.
De Hoge Raad concludeert dat het koppelingsbeginsel, zoals neergelegd in art. 6(2) AKW, een toereikende rechtvaardiging kent en niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel of discriminatieverboden uit internationale verdragen. Subsidiaire voorzieningen voor vreemdelingen met voorwaardelijke verblijfstitel via de Wet werk en bijstand en COA-regelingen zijn relevant in de proportionaliteitstoets. De uitsluiting van kinderbijslag voor vreemdelingen zonder onvoorwaardelijke verblijfstitel blijft daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het onderscheid in de AKW blijft gehandhaafd.