ECLI:NL:PHR:2012:BW7947
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van veroordeling wegens smaad met kennelijk doel ruchtbaarheid te geven
Verdachte stuurde op 22 januari 2009 een e-mail aan betrokkene 2 met beschuldigingen van seksuele escapades en chantage, met het kennelijke doel deze feiten aan het Algemeen Dagblad en een journalist daarvan bekend te maken.
Het hof stelde vast dat verdachte wist dat de journalist contact met hem had en aandacht besteedde aan de kwestie, en dat niet alle feiten uit de e-mail reeds in de pers waren gepubliceerd. Verdachte heeft de e-mail aan de journalist doorgestuurd en uitgebreid toegelicht, waarmee het kennelijke doel ruchtbaarheid te geven aan de inhoud werd bewezen.
Verdachte werd veroordeeld wegens smaad en poging daartoe tot een taakstraf. Zijn beroep op vrijheid van meningsuiting werd door het hof niet als verweer in de zin van art. 358 lid 3 Sv Pro opgevat, mede omdat hij dit niet nader onderbouwde.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven, het oordeel niet onbegrijpelijk is en dat de cassatieklachten falen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt de veroordeling wegens smaad met kennelijk doel ruchtbaarheid te geven.