ECLI:NL:PHR:2012:BW9769
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vergoeding hypotheeklasten bij koude uitsluiting in huwelijkse voorwaarden
Partijen zijn in 1976 onder huwelijkse voorwaarden gehuwd met een koude uitsluiting en nihilbeding voor kosten van huishouding ten laste van de man. Tijdens het huwelijk kochten zij een woning in gemeenschappelijk eigendom, gefinancierd met een annuïteitenhypotheek die later werd omgezet in een spaarhypotheek met levensverzekering. De man betaalde gedurende de jaren de hypotheeklasten en premies, die in 2006 werden afgelost met de uitkering van de levensverzekering.
Na ontbinding van het huwelijk verzocht de man vergoeding van de helft van de betaalde hypotheeklasten van de vrouw, die dit betwistte met het verweer dat deze lasten tot de kosten van huishouding behoren en dat de man met zijn betalingen had voldaan aan een natuurlijke verbintenis. De rechtbank wees het verzoek af, maar het hof vernietigde dit oordeel en kende de man vergoeding toe.
De Hoge Raad bevestigt dat de hypotheeklasten en premies niet tot de kosten van huishouding behoren omdat zij leiden tot vermogensvorming. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het vergoedingsrecht van de man gebaseerd is op voldoening aan een natuurlijke verbintenis, waarbij het peilmoment het moment van volledige aflossing in 2006 is. De vrouw heeft onvoldoende gesteld om dit te weerleggen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De vrouw dient de man een bedrag van €59.500,- te vergoeden wegens hypotheeklasten die niet tot de kosten van huishouding behoren.