ECLI:NL:GHAMS:2009:BI1621
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.H. Lieber
- G.P.M. van den Dungen
- B.F. Keulen
- Rechtspraak.nl
Vergoeding en verdeling vermogensbestanddelen bij echtscheiding buiten gemeenschap van goederen
Partijen zijn in 1977 gehuwd onder uitsluiting van gemeenschap van goederen. De man bracht een bedrag van ƒ 40.000,- in voor de aankoop van de woning, die op beider naam staat. De vrouw stelde dat partijen als in gemeenschap van goederen leefden, maar het hof oordeelde dat dit niet tot een gemeenschap van goederen leidde.
De man vorderde vergoeding van zijn inbreng voor de woning en de geheel door hem afgeloste hypotheekschuld. De vrouw vorderde de helft van de contante waarde van een levensverzekering waarvan premies van gezamenlijke rekeningen werden betaald. Het hof stelde vast dat de hypotheekschuld gezamenlijk is afgelost en dat de premies voor de levensverzekering voor de helft door de vrouw zijn gedragen.
Het hof verwierp het beroep van de vrouw op een natuurlijke verbintenis voor de inbreng van de man bij de woning, omdat de omstandigheden die dit zouden rechtvaardigen zich pas na de betaling voordeden. Het hof veroordeelde de man tot betaling van een bedrag aan de vrouw wegens overbedeling en tot vergoeding van de premies levensverzekering, na verrekening van wederzijdse vorderingen.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof bepaalde de juiste vergoedingsbedragen, stelde de wettelijke rente vast en compenseerde de proceskosten in hoger beroep. De beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de man tot betaling van een bedrag aan de vrouw wegens overbedeling en vergoeding van premies levensverzekering, terwijl de hypotheekschuld gezamenlijk is afgelost.