ECLI:NL:PHR:2012:BW9799
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen schending discriminatieverbod bij ongelijke fiscale behandeling pensioen en lijfrente
Belanghebbende, een zelfstandige, betwistte de beperkte aftrekbaarheid van lijfrentepremies in zijn belastingaanslag over 2006. Hij stelde dat deze beperking in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en discriminatieverboden uit het IVBPR en EVRM, omdat loontrekkenden fiscaal gunstiger worden behandeld bij pensioenopbouw.
De Rechtbank verklaarde zich onbevoegd, het Hof verwierp het beroep inhoudelijk en bevestigde dat de wetgever een ruime beleidsvrijheid heeft bij het maken van fiscale keuzes. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat zelfstandigen en werknemers niet feitelijk en rechtens gelijk zijn, mede vanwege verschillen in pensioenopbouwmogelijkheden en fiscale regelingen.
De wetgever heeft rekening gehouden met deze verschillen en een fiscale regeling getroffen die een globaal evenwicht nastreeft tussen zelfstandigen en loontrekkenden. De Hoge Raad oordeelt dat de ongelijke behandeling gerechtvaardigd is door redelijke beleidsgronden en derhalve niet in strijd is met het discriminatieverbod. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.