ECLI:NL:PHR:2012:BX4298
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beschikking hof over teruggave beslaggeld tijdens hoger beroep
In deze zaak is klager vrijgesproken van invoer van cocaïne en voorbereidingshandelingen, waarbij de rechtbank tevens de teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag van € 2.950,- aan klager heeft gelast. De officier van justitie stelde echter hoger beroep in, waardoor het beslag op het geldbedrag bleef liggen. Klager diende vervolgens een klaagschrift in bij het hof om teruggave van het geldbedrag te verkrijgen.
Het hof verklaarde het klaagschrift ongegrond omdat het hoger beroep in de hoofdzaak nog niet was behandeld en het belang van de strafvordering zich niet tegen de teruggave van het geldbedrag verzette. De Hoge Raad stelt echter dat het hof een onjuiste maatstaf heeft aangelegd door het klaagschrift ongegrond te verklaren op de enkele grond dat het hoger beroep aanhangig is.
De Hoge Raad benadrukt dat bij beklag op grond van art. 552a Sv beoordeeld moet worden of het belang van de strafvordering het voortduren van het beslag vereist, bijvoorbeeld om de waarheid aan het licht te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Het hof had deze criteria moeten toepassen in plaats van alleen te kijken naar het feit dat het hoger beroep nog niet was behandeld.
De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling volgens de juiste maatstaf. Een tweede middel over schending van het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM Pro) faalt omdat het hof geen oordeel over schuld heeft uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling van het klaagschrift tot teruggave van het beslaggeld.