ECLI:NL:PHR:2012:BX4491
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verstekvonnis wegens onjuiste betekening appèldagvaarding en terugwijzing zaak
In deze cassatieprocedure staat de vraag centraal of de appèldagvaarding rechtsgeldig is betekend aan verdachte, die geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft en in België woont. Het hof oordeelde dat de betekening rechtsgeldig was, mede op basis van een handgeschreven aantekening over verzending per gewone post naar het Belgische adres van verdachte. De verdediging betwistte dit en stelde dat geen afschrift van de dagvaarding aan het kantooradres van de raadsman was verzonden, zoals vereist volgens art. 588a Sv.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de feitelijke verzending van de dagvaarding aan het opgegeven adres in Nederland en dat de enkele handgeschreven aantekening onvoldoende bewijs vormt. Ook is niet gebleken dat het hof heeft onderzocht of er reden was om het onderzoek ter terechtzitting te schorsen om verdachte alsnog in persoon te kunnen berechten. Hierdoor is sprake van een nietigheid van het onderzoek en de daarop gebaseerde verstekuitspraak.
Daarnaast speelt in de procedure een complexiteit omtrent de datum van het cassatieberoep en mogelijke persoonsverwisseling met de broer van verdachte, die zich meerdere malen als verdachte heeft uitgegeven. Ondanks deze complicaties acht de Hoge Raad het cassatieberoep tijdig ingesteld, ongeacht de exacte datum.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het hof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting in hoger beroep, waarbij de juiste betekening en het onderzoek ter terechtzitting opnieuw moeten worden beoordeeld.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.