ECLI:NL:PHR:2012:BX4993
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering vrijheidsbenemende straf en verwijzing naar hof
Verdachte werd door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van een maand wegens diefstal. Verdachte stelde in cassatie dat het hof onjuist had gehandeld door art. 63 Sr Pro niet toe te passen, wat zou moeten leiden tot een lagere straf. De Hoge Raad oordeelde dat art. 63 Sr Pro niet van toepassing was omdat de eerdere veroordeling van verdachte niet voorafging aan het onderhavige feit.
Daarnaast klaagde verdachte terecht dat het hof in strijd met art. 359, zesde lid Sv, niet specifiek had gemotiveerd waarom een vrijheidsbenemende straf was opgelegd. De Hoge Raad benadrukte dat bij onvoorwaardelijke gevangenisstraffen de rechter verplicht is de bijzondere motieven voor deze keuze te geven.
De Hoge Raad vond geen andere gronden voor vernietiging en besloot het arrest te vernietigen voor zover het de strafoplegging betreft. De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof Arnhem voor hernieuwde berechting en beslissing over de strafoplegging op basis van de bestaande stukken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.