ECLI:NL:PHR:2012:BX5012
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat verschil in rechtsgoed en strafmaxima uitsluit toepassing art. 68 Sr
In deze zaak stond de vraag centraal of de vervolging van verdachte voor verkeersgevaarlijk gedrag op de Rijksweg A10 in Amsterdam kon worden toegelaten, terwijl verdachte eerder onherroepelijk was vrijgesproken van bedreiging van twee slachtoffers op dezelfde dag en locatie. De verdachte werd aanvankelijk vrijgesproken van bedreiging onder artikel 285 Sr Pro, een misdrijf gericht op de persoonlijke vrijheid, waarbij sprake was van dreigend rijgedrag en bedreigende woorden. Later werd verdachte vervolgd voor overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet Pro 1994, het veroorzaken van gevaar op de weg door gevaarlijk rijgedrag.
Het hof oordeelde dat er geen sprake was van hetzelfde feit in de zin van artikel 68 Sr Pro, omdat de strafbare feiten verschillende rechtsgoederen beschermen en de strafmaxima aanzienlijk verschillen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte de maatstaf voor het begrip 'hetzelfde feit'. Daarbij is zowel de juridische aard van de feiten als de feitelijke samenhang van de gedragingen van belang. In deze zaak is het verschil in rechtsgoed en strafbedreiging dermate groot dat de vervolging voor verkeersgevaarlijk gedrag niet wordt uitgesloten.
De Hoge Raad benadrukte dat de toetsing van het begrip 'hetzelfde feit' een combinatie is van formele en materiële elementen, waarbij ook Europese jurisprudentie wordt betrokken. De zaak illustreert dat ook wanneer gedragingen feitelijk overlappen, het juridische karakter en de strekking van de delictsomschrijvingen doorslaggevend kunnen zijn voor de toepassing van ne bis in idem. Het middel van verdachte werd verworpen en de vervolging voor verkeersgevaarlijk gedrag bleef ontvankelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde dat vervolging voor verkeersgevaarlijk gedrag toelaatbaar is omdat geen sprake is van hetzelfde feit in de zin van art. 68 Sr.