ECLI:NL:PHR:2012:BX5268

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
2 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02336
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 311 lid 1 SrArt. 36c SrArt. 36d SrArt. 13 Wet wapens en munitie
Verwijzingen
10 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt onttrekking aan het verkeer van stiletto ondanks onvoldoende motivering over soortgelijke feiten

De zaak betreft een arrest van de Hoge Raad waarin de verdachte werd veroordeeld voor diefstal door twee of meer verenigde personen en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. Het hof had de inbeslaggenomen stiletto onttrokken aan het verkeer verklaard. Namens de verdachte werden twee cassatiemiddelen voorgesteld. Het eerste middel betrof een onsamenhangend betoog over de kwalificatie van de feiten en het bewijs, dat niet als cassatiemiddel kon worden aanvaard.

Het tweede middel richtte zich tegen de beslissing tot onttrekking aan het verkeer van de stiletto, stellende dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat het wapen kon dienen voor het begaan of voorbereiden van soortgelijke feiten als de bewezenverklaarde winkeldiefstal. De Hoge Raad oordeelde dat zonder nadere motivering niet kon worden ingezien hoe de stiletto kon dienen voor soortgelijke vermogensdelicten, en dat het hof dit onvoldoende had gemotiveerd.

Desondanks leidde dit niet tot cassatie, omdat het hof ook het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie bewezen had verklaard. De stiletto is volgens art. 36c Sr vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Hierdoor had het hof de stiletto terecht onttrokken aan het verkeer en had de verdachte geen belang bij vernietiging van het arrest. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde het arrest van het hof.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de onttrekking aan het verkeer van de stiletto en verwerpt het cassatieberoep.

Conclusie

Nr. 11/02336
Mr. Hofstee
Zitting: 26 juni 2012
Conclusie inzake:
[Verzoeker = verdachte]
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij arrest van 24 februari 2011 het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 7 oktober 2010 - waarbij verzoeker wegens 1. "diefstal door twee of meer verenigde personen" en 2. "handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie" is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, waarvan één week voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren - met overneming van gronden bevestigd, met aanvulling van een beslissing voor wat betreft het beslag en de motivering daarvan. Het Hof heeft de inbeslaggenomen stiletto onttrokken aan het verkeer verklaard.
2. Namens verzoeker heeft mr. A.P. Stipdonk, advocaat te Leiden, twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. Ik vraag mij af welk punt de steller in het door hem aangeduide eerste middel, in samenhang gelezen met de toelichting daarop, heeft willen maken. Hetgeen door hem als eerste middel (en toelichting daarop) is gepresenteerd, betreft een onsamenhangend geheel van op zichzelf staande en niet onderbouwde opmerkingen over de kwalificatie van de handelingen van verzoeker alsmede over het bewijs van het oogmerk van de wederrechtelijke toe-eigening en het wegnemen van de handschoenen door verzoeker. Nu hier geen sprake is van een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door het Hof, kan het betoog niet als een cassatiemiddel in de zin van de wet gelden.(1)
4. Hetgeen als tweede middel wordt voorgesteld, keert zich tegen de beslissing van het Hof tot onttrekking aan het verkeer van de stiletto van verzoeker. Aangevoerd wordt dat het Hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft geoordeeld dat dit voorwerp kan dienen tot het begaan of voorbereiden van soortgelijke feiten als winkeldiefstal.
5. Het bestreden arrest van het Hof houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
"Beslag
Het na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp is op de voet van de artikelen 36b en 36 d van het Wetboek van Strafrecht vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu dit bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte onder 1 primair begane misdrijf werd aangetroffen en dit aan verdachte toebehorende voorwerp kan dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, terwijl dit van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met aanvulling van de navolgende beslissing ter zake van het beslag.
Verklaart onttrokken aan het verkeer: een stiletto.
(...)"
6. Onder soortgelijke feiten in de zin van art. 36d Sr dienen te worden verstaan feiten die tot dezelfde categorie behoren als de door de verdachte begane feiten dan wel de feiten waarvan hij wordt verdacht.(2)
7. Het Hof heeft, het vonnis van de Politierechter bevestigend, ten laste van verzoeker bewezen verklaard dat:
"1.
hij op 29 oktober 2009 te Gouda tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee, althans een aantal paar handschoenen, geheel toebehorende aan Vroom en Dreesman B.V;
art 310 Wetboek Pro van Strafrecht
art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht
2.
hij op 29 oktober 2009 te Gouda een of meer wapens van categorie I onder 1, te weten een stiletto, onder zich had."
8. Het Hof, dat het vonnis van de Politierechter heeft bevestigd, heeft het onder 1 (primair) bewezen verklaarde gekwalificeerd als "diefstal door twee of meer verenigde personen", zoals strafbaar gesteld in art. 310 in Pro verbinding met art. 311 Sr Pro. Het oordeel van het Hof dat een wapen als het onderhavige kan dienen tot het begaan of het voorbereiden van soortgelijke feiten is, zonder nadere motivering die ontbreekt, niet begrijpelijk. In zoverre heeft de steller van het middel een punt.
9. Het voorgaande behoeft naar mijn inzicht evenwel niet tot cassatie te leiden. Het Hof heeft immers, het vonnis van de Politierechter bevestigend, ook het onder 2 tenlastegelegde feit bewezen verklaard en dit feit gekwalificeerd als 2. "handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie". De stiletto van verzoeker is een voorwerp dat ingevolge art. 36c Sr vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer.(3) Zo beschouwd heeft het Hof de stiletto dan ook aan het verkeer onttrokken kunnen verklaren. Het voorgaande in aanmerking genomen, zal in geval van terugwijzing of verwijzing het Hof op basis van het onder 2 bewezenverklaarde feit in samenhang met art. 36c Sr de stiletto aan het verkeer onttrekken en mist aldus verzoeker belang bij vernietiging.(4) Om doelmatigheidsredenen verdient mijns inziens deze wijze van afdoening de voorkeur boven een terug- of verwijzing.
10. Het 'tweede' middel faalt.
11. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
12. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie A.J.A van Dorst, Cassatie in strafzaken, zesde druk, 2009, p. 172-174 en de daar vermelde jurisprudentie.
2 Vgl. HR 6 mei 1997, LJN ZC9322, NJ 1997/655, HR 6 oktober 1998, LJN ZD1256, NJ 1999/25 en HR 30 november 2004, LJN AR1830, NJ 2006/410.
3 Artikel 36c Sr luidt, voor zover voor de bespreking van het middel van belang: "Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn alle voorwerpen: (...) 2° met betrekking tot welke het feit is begaan; (...); een en ander voor zover zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang".
4 Zie Van Dorst, a.w., p. 177-178.