ECLI:NL:PHR:2012:BX5410
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling medeplegen nalaten gegevensverstrekking voor uitkering
Verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens medeplegen van het opzettelijk nalaten van het tijdig verstrekken van gegevens die van belang zijn voor het verkrijgen van een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand. De straf bestond uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 70 uur, subsidiair 35 dagen hechtenis.
Namens verdachte werden twee cassatiemiddelen voorgesteld. Het eerste middel betrof de vraag of het bewijs voldoende was dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de gegevens van belang waren voor de uitkeringsverstrekking. De Hoge Raad oordeelde dat uit de bewijsmiddelen, waaronder ingevulde formulieren waarop was aangekruist dat geen inkomsten werden genoten, kon worden afgeleid dat verdachte dit wist of moest vermoeden.
Het tweede middel richtte zich op het bewijs dat verdachte werkzaamheden had verricht in een hennepkwekerij en inkomsten daaruit had genoten, en op het opzet van verdachte en zijn vrouw. De Hoge Raad stelde dat uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid dat verdachte werkzaamheden in een hennepkwekerij verrichtte en inkomsten had. Ook werd geoordeeld dat bij medeplegen het opzet van de mededader niet hoeft te worden bewezen. Beide middelen faalden en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; veroordeling medeplegen opzettelijk nalaten gegevensverstrekking bevestigd.