ECLI:NL:PHR:2012:BX5576
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap na echtscheiding en vergoeding investeringen uit privévermogen
De zaak betreft de verdeling van de huwelijksgemeenschap na echtscheiding tussen partijen die in gemeenschap van goederen waren getrouwd. Verweerder had uit privévermogen, verkregen uit een erfenis met uitsluitingsclausule, een bedrag geïnvesteerd in verbeteringen aan de gemeenschappelijke woning. Het hof had vastgesteld dat dit bedrag €50.000 bedroeg en verzoekster veroordeeld dit aan verweerder te betalen.
In cassatie werd aangevoerd dat een dergelijke vergoeding ten laste van de gemeenschap moet komen en niet als vordering op de andere echtgenoot kan worden opgevat. De Hoge Raad oordeelde dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd was getreden door verzoekster persoonlijk te veroordelen tot betaling van dit bedrag, terwijl partijen juist hadden uitgegaan van vergoeding ten laste van de gemeenschap.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest en stelde voor dat het bedrag van €50.000 ten laste van de te verdelen gemeenschap aan verweerder wordt gerestitueerd, waarna de verdeling van de gemeenschap dienovereenkomstig moet plaatsvinden. Tevens werd verweerder veroordeeld in de kosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en bepaalde dat het bedrag van €50.000 ten laste van de gemeenschap aan verweerder moet worden gerestitueerd.