ECLI:NL:PHR:2012:BX7004

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
11 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00550
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a ROArt. 81 ROArt. 341 lid 4 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overzichtsarrest Hoge Raad over toepassing artikel 80a RO inzake niet-ontvankelijkheid cassatie

In dit arrest bespreekt de Hoge Raad de toepassing van artikel 80a van het Wetboek van Rechtsvordering (RO), dat op 1 juli 2012 in werking is getreden en de mogelijkheid biedt om cassatieberoepen niet-ontvankelijk te verklaren. De zaak betreft een cassatieberoep tegen een veroordeling van verdachte door het Gerechtshof 's-Gravenhage voor diefstal, waarbij het cassatiemiddel evident ongegrond werd bevonden.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad licht toe dat artikel 80a RO procedureel gezien zal worden toegepast op zaken waarvan de cassatieschriftuur is ingekomen op of na 1 juli 2012. De Hoge Raad geeft aan welke soorten zaken zich lenen voor toepassing van deze regeling en hoe de procedure zal verlopen.

Dit arrest dient als een leidraad voor de verdere toepassing van artikel 80a RO en verduidelijkt de voorwaarden waaronder een cassatieberoep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. De zaak hangt samen met een andere zaak met hetzelfde nummer, waarin eveneens een conclusie is gegeven.

Uitkomst: Cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO wegens evident ongegrondheid van het middel.

Conclusie

Nr. 11/00550
Mr. Machielse
Zitting 3 juli 2012
Mening inzake:
[Verdachte](1)
1. Het Gerechtshof 's-Gravenhage heeft verdachte op 18 januari 2011 voor diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken.
2. Mr. A.M. Seebregts, advocaat te Rotterdam, heeft cassatie ingesteld en een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.
3. Het middel klaagt over schending van het vierde lid van artikel 341 Sv Pro en is evident ongegrond.
4. Naar mijn mening kan de Hoge Raad deze zaak afdoen met toepassing van artikel 80a RO.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met nr. 11/00549, dezelfde verdachte betreffende, waarin ik vandaag concludeer.