ECLI:NL:PHR:2012:BX7468
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over termijnstelling en inschrijving in boedelregister bij aanvaarding nalatenschap
In deze zaak staat centraal of eisers tot cassatie als erfgenamen de nalatenschap van hun moeder zuiver hebben aanvaard door het verstrijken van een door de kantonrechter gestelde termijn zonder dat zij een keuze maakten voor beneficiaire aanvaarding of verwerping. De kantonrechter had een termijn gesteld die inging na betekening en inschrijving van de beschikking in het boedelregister. Het hof oordeelde dat uit het boedelregister bleek dat eisers de nalatenschap hadden aanvaard en veroordeelde hen tot betaling van een huurschuld van de erflaatster.
Eisers tot cassatie betogen dat de beschikking niet rechtsgeldig aan hen is betekend omdat geen exploot van betekening is overgelegd bij de inschrijving in het boedelregister, zoals vereist is op grond van art. 4:192 lid 2 BW Pro en het Besluit boedelregister. Zij stelden dat de inschrijving in het boedelregister onrechtmatig was en dat zij de nalatenschap niet zuiver hadden aanvaard.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het ervan uitging dat de inschrijving in het boedelregister rechtsgeldig was en dat een exploot van betekening was overgelegd. Gezien de stellingen van eisers en de stukken die zij in hoger beroep hebben ingebracht, had het hof dit moeten motiveren. Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling en beslissing.