ECLI:NL:PHR:2012:BX7483
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg non-concurrentiebeding in overeenkomst tot aandelenovername volgens Haviltex-maatstaf
In deze zaak gaat het om de uitleg van een non-concurrentiebeding in een overeenkomst tot overname van aandelen in uitzendondernemingen. Vurdi, de koper, vordert betaling van een boete wegens vermeende overtreding van het beding door de verkoper [verweerder]. De rechtbank en het hof wezen de vorderingen af, waarbij het hof het begrip 'uitzendwerkzaamheden' ruim uitlegde op basis van het doel van het beding.
Vurdi komt in cassatie tegen het arrest van het hof en betoogt dat de Haviltex-maatstaf niet juist is toegepast. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht het zakelijke karakter van de overeenkomst en het doel van het beding centraal heeft gesteld bij de uitleg. De taalkundige betekenis is niet per definitie doorslaggevend, zeker niet bij een zakelijke overeenkomst die met deskundige tussenkomst is opgesteld.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof de verklaring van een betrokkene als onbetrouwbaar mocht beoordelen en dat het bewijsaanbod van Vurdi niet tot een andere uitleg leidt. Het hof heeft de juiste maatstaf gehanteerd en de klachten falen. De conclusie is dat het non-concurrentiebeding moet worden uitgelegd aan de hand van het doel om Vurdi te beschermen tegen concurrerende werkzaamheden die de investering in de overgenomen ondernemingen kunnen schaden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatiemiddel en bevestigt dat het non-concurrentiebeding beperkt moet worden uitgelegd op basis van het doel van het beding.