ECLI:NL:PHR:2012:BX7595
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor val met huishoudtrap tijdens schoonmaakwerkzaamheden
De zaak betreft een arbeidsongeval waarbij een schoonmaakster tijdens werkzaamheden in een bungalow ten val kwam met een huishoudtrap. De inspecteur van de Arbeidsinspectie stelde in een rapport vast dat de trap geen gebreken vertoonde en dat de directe oorzaak van het ongeval niet kon worden achterhaald. De kantonrechter en het hof oordeelden dat de werkgever Asito niet aansprakelijk was omdat zij aan haar zorgplicht had voldaan, onder meer omdat de trap deugdelijk was en er geen sprake was van onaanvaardbare tijdsdruk of gebrek aan instructies.
In hoger beroep mocht de schoonmaakster tegenbewijs leveren dat de onderzochte trap niet dezelfde was als de trap die zij gebruikte, maar zij slaagde hier niet in. De Hoge Raad benadrukt dat de waardering van feiten en bewijs aan de feitenrechter toekomt en dat het hof het bewijsvermoeden op juiste wijze heeft gehanteerd. Klachten over feitelijke waarderingen en het niet ingaan op alle stellingen worden verworpen.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep faalt en bevestigt het oordeel dat de werkgever niet aansprakelijk is voor de schade van de schoonmaakster. De zaak illustreert de grenzen van cassatie bij feitelijke geschillen en de toepassing van de zorgplicht van de werkgever onder artikel 7:658 BW Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de werkgever niet aansprakelijk is voor de schade van de schoonmaakster.