ECLI:NL:HR:2012:BX7595

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 oktober 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12/01198
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:658 BWArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
7 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevordering wegens schending zorgplicht werkgever

Eiseres heeft een schadevordering ingesteld tegen haar werkgever Asito Den Helder B.V. wegens schending van de zorgplicht zoals neergelegd in artikel 7:658 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De zaak heeft meerdere instanties doorlopen, waaronder de kantonrechter te Den Helder en het gerechtshof te Amsterdam, die de vordering van eiseres hebben afgewezen.

Eiseres stelde beroep in cassatie in tegen de arresten van het gerechtshof. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De Hoge Raad heeft het beroep van eiseres verworpen en haar veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee is de afwijzing van de schadevordering wegens schending van de zorgplicht door de werkgever definitief bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de afwijzing van haar schadevordering wegens schending van de zorgplicht wordt bevestigd.

Uitspraak

19 oktober 2012
Eerste Kamer
12/01198
EE/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaten: mr. L. van den Eshof en mr. M.P. Terwindt,
t e g e n
ASITO DEN HELDER B.V.,
gevestigd te Almelo,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E. Franke.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Asito.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 197468 CV EXPL 05-2687 van de kantonrechter te Den Helder van 20 juli 2006;
b. de arresten in de zaak 106.005.776/01 (rolnummer 06/1674) van het gerechtshof te Amsterdam van 10 februari 2009, 16 februari 2010, 1 maart 2011 en 1 november 2011.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Asito heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 21 september 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Asito begroot op € 799,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 19 oktober 2012.