ECLI:NL:PHR:2012:BX7852
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Huurgeschil over ontbinding en ontruiming met betaling achterstallige huur na vernietiging verstekvonnis
De zaak betreft een huurgeschil tussen [Eiseres] en Segesta Vastgoed II B.V. over de ontbinding van een huurovereenkomst en betaling van achterstallige huur. Na een verstekvonnis van januari 2009, waarbij de huurovereenkomst werd ontbonden wegens betalingsachterstand, werd dit vonnis in september 2009 vernietigd en moest Segesta het gehuurde weer ter beschikking stellen. Ondanks de vernietiging had Segesta het verstekvonnis op 20 februari 2009 ten uitvoer gelegd, waardoor de huurder tijdelijk het huurgenot verloor.
Segesta vorderde ontbinding en ontruiming met betaling van achterstallige huur, wat door de kantonrechter en het hof werd toegewezen. [Eiseres] stelde zich op het standpunt dat zij geen huur verschuldigd was over de periode dat zij geen huurgenot had, dat zij de huurtermijnen mocht verrekenen met een schadevordering wegens onrechtmatige ontruiming, en dat de redelijkheid en billijkheid haar zouden vrijwaren van huurbetaling in die periode.
De Hoge Raad oordeelt dat de huurovereenkomst na vernietiging van het verstekvonnis in stand bleef en de betalingsverplichting voortduurde. De weigering van Segesta om huurbetalingen van de zoon van [Eiseres] te accepteren leidde niet tot schuldeisersverzuim. Het beroep op verrekening faalt omdat de schadevordering ook betrekking had op de zoon en het hof dit juist heeft beoordeeld. Het beroep op redelijkheid en billijkheid wordt verworpen omdat de zoon vanaf maart 2009 het gehuurde weer in gebruik had genomen. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van [Eiseres] wordt verworpen en het vonnis tot ontbinding en ontruiming met betaling van achterstallige huur wordt bevestigd.