ECLI:NL:PHR:2012:BX7886
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op pleidooi bij gelijktijdige afdoening incident en hoofdzaak
In deze zaak stond een geschil tussen een huurder en de gemeente centraal over de beëindiging van een huurovereenkomst. De huurder had een incidentele vordering tot afgifte van bescheiden ingesteld op grond van artikel 843a Rv. Het hof had zowel in het incident als in de hoofdzaak arrest gewezen, waarbij het de vordering in het incident afwees en de huurovereenkomst in de hoofdzaak beëindigde.
De huurder stelde in cassatie dat het hof onterecht gelijktijdig arrest had gewezen in het incident en de hoofdzaak, zonder hem de gelegenheid te bieden om in de hoofdzaak pleidooi te vragen of aanvullende stukken te overleggen. Volgens de Hoge Raad had het hof eerst arrest in het incident moeten wijzen en daarna partijen de mogelijkheid moeten geven zich uit te laten over het vervolg in de hoofdzaak.
De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat het recht op pleidooi, zoals neergelegd in artikel 134 Rv Pro in verbinding met artikel 353 lid 1 Rv Pro, niet mag worden geschonden door gelijktijdige afdoening zonder voldoende procesrechtelijke waarborgen. Het middel van de huurder slaagde dan ook en het arrest van het hof werd vernietigd en verwezen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens schending van het recht op pleidooi en de zaak wordt verwezen.