ECLI:NL:PHR:2012:BX8076
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontnemingsmaatregel wegens opzettelijk handelen in strijd met Opiumwet
Het Gerechtshof te Arnhem heeft bij uitspraak van 21 maart 2011 de betrokkene veroordeeld tot betaling van €9.739,44 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, voortvloeiend uit opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet en andere strafbare feiten.
Tegen dit arrest heeft de betrokkene cassatie ingesteld. Het middel richt zich op de klacht dat het hof onvoldoende gemotiveerd zou hebben beslist op een uitdrukkelijk door de betrokkene ingenomen standpunt, zoals vereist op grond van artikel 359, tweede lid, Sv.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit standpunt niet als een duidelijk, onderbouwd en ondubbelzinnig standpunt heeft opgevat, wat niet onbegrijpelijk is. De Hoge Raad vindt geen reden tot vernietiging van het arrest en verwerpt het cassatieberoep.
Hiermee blijft de ontnemingsmaatregel van €9.739,44 in stand, waarmee de betrokkene wordt verplicht tot betaling aan de Staat van dit bedrag.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel van €9.739,44 blijft in stand.