ECLI:NL:HR:2008:BC2913
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt motiveringsverplichting bij ontnemingsvordering wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin hem werd opgelegd een bedrag van €27.410,- aan de Staat te betalen als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene voerde aan dat de aanschafkosten van het wapen in mindering gebracht moesten worden op de opbrengst van de overvallen, een standpunt dat volgens hem onvoldoende werd meegewogen.
De Hoge Raad herhaalt de relevante overwegingen uit eerdere jurisprudentie (HR LJN AB3200) over de motiveringsverplichting van art. 359, tweede lid, Sv, die op grond van art. 511e Sv ook van toepassing is op ontnemingsvorderingen. De rechter moet bij verwerping van een gemotiveerd en gespecificeerd verweer over aftrekposten in zijn uitspraak gemotiveerd aangeven waarom dit verweer niet wordt gevolgd.
Het hof had geoordeeld dat de verklaring van de raadsman van betrokkene geen onderbouwd standpunt vormde in de zin van art. 359, tweede lid, Sv. De Hoge Raad oordeelt dat dit oordeel niet onjuist of onbegrijpelijk is. De overige middelen falen eveneens, zodat het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsvordering van €27.410,- in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsvordering van €27.410,- blijft in stand.