ECLI:NL:PHR:2012:BX8498
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Correctie afschrijvingskosten bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkweek
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin aan betrokkene de plicht is opgelegd om ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van €6.754 te betalen aan de Staat. Betrokkene stelde meerdere middelen van cassatie voor, waaronder het ontbreken van het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg en het niet in mindering brengen van afschrijvingskosten.
De Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg niet tot cassatie leidt, omdat de zaak in hoger beroep volledig is behandeld en een deugdelijk proces-verbaal is opgemaakt. Verder is het oordeel van het hof dat alleen kosten die direct samenhangen met de kweek waaruit voordeel is genoten in mindering mogen worden gebracht, niet onbegrijpelijk of onjuist.
Het hof had weliswaar overwogen afschrijvingskosten van €200 mee te nemen, maar deze niet verwerkt in de berekening, waardoor het vastgestelde bedrag te hoog is. De Hoge Raad corrigeert dit door de afschrijvingskosten alsnog in mindering te brengen. Andere middelen, zoals het verzoek om getuigen te horen, worden verworpen. Het cassatieberoep wordt verder afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad brengt afschrijvingskosten van €200 in mindering op het wederrechtelijk verkregen voordeel en verwerpt het cassatieberoep verder.