ECLI:NL:PHR:2012:BX9877
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van de MKB-winstvrijstelling bij terugwerkende inbreng van onderneming in BV
De zaak betreft de vraag of belanghebbenden, die hun onderneming in 2007 met terugwerkende kracht in een BV hebben ingebracht, recht hebben op de MKB-winstvrijstelling over dat jaar. De belanghebbenden hadden hun stakingswinst aan 2007 toegerekend en maakten aanspraak op zowel stakingsaftrek als MKB-winstvrijstelling. De Inspecteur en de Rechtbank wezen de MKB-winstvrijstelling af omdat de onderneming vanaf 1 januari 2007 fiscaalrechtelijk voor rekening van de BV werd gedreven, waardoor de belanghebbenden in dat jaar geen ondernemer meer waren.
In cassatie werd overwogen dat de onderneming fiscaalrechtelijk inderdaad vanaf 1 januari 2007 voor rekening van de BV wordt gedreven, waardoor formeel geen ondernemerschap meer aanwezig is bij de belanghebbenden. Echter, de stakingsaftrek wordt ondanks deze situatie wel toegekend, wat strookt met de doelstelling van de wet om belastingheffing bij staking te verzachten. De MKB-winstvrijstelling heeft een vergelijkbare doelstelling als de gelijktijdig ingevoerde tariefsverlaging in de vennootschapsbelasting en is bedoeld om economische bedrijvigheid te stimuleren.
De Hoge Raad concludeert dat het niet in overeenstemming is met de bedoeling van de wetgever om de MKB-winstvrijstelling te weigeren aan belastingplichtigen die hun onderneming in het overgangsjaar inbrengen in een BV met terugwerkende kracht. Het keuzerecht om de stakingswinst aan het overgangsjaar toe te rekenen moet ook gelden voor de toepassing van de MKB-winstvrijstelling. Er is geen sprake van misbruik en de belanghebbenden worden daarom geacht recht te hebben op de MKB-winstvrijstelling in 2007.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep gegrond en doet de zaak zelf af, waarbij wordt bevestigd dat de belanghebbenden in 2007 recht hebben op zowel de stakingsaftrek als de MKB-winstvrijstelling.
Uitkomst: Belanghebbenden hebben recht op de MKB-winstvrijstelling in 2007 ondanks terugwerkende inbreng van hun onderneming in een BV.