ECLI:NL:PHR:2012:BY0198
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn en beoordeling noodweerexces
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur wegens mishandeling en poging tot diefstal. Hij stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte het beroep op noodweerexces verwierp, omdat niet aannemelijk zou zijn dat hij door een klap een hevige gemoedsbeweging had gekregen. Het hof oordeelde dat niet was komen vast te staan dat verdachte met een fles op zijn hoofd was geslagen en dat de aanranding bestond uit een duw, die geen hevige gemoedsbeweging veroorzaakte. Dit oordeel werd door de Hoge Raad niet onbegrijpelijk bevonden.
Daarnaast klaagde de verdachte over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, omdat de stukken te laat waren ingediend bij de Hoge Raad. De Hoge Raad stelde vast dat de termijn van acht maanden was overschreden, wat leidt tot strafvermindering. Verder werd geklaagd dat de benadeelde partij niet in de gelegenheid was gesteld zijn vordering toe te lichten na het requisitoir, wat een schending van art. 334, vierde lid, oud Sv zou zijn. De Hoge Raad oordeelde echter dat de benadeelde partij geen belang had bij nadere toelichting en daardoor niet in zijn belangen was geschaad.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de taakstraf en beperkte de strafvermindering tot de gebruikelijke maatstaf. Voor het overige werd het beroep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn en bevestigt de afwijzing van het beroep op noodweerexces.