ECLI:NL:PHR:2012:BY1891
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen totstandkoming koopovereenkomst bij afgebroken onderhandelingen over meeromvattend project in Minervahaven
In deze zaak stond centraal of tussen Houthavens Beheer B.V. en Maarsen Bouw en Ontwikkeling B.V. (MBO) een bindende koopovereenkomst tot stand was gekomen over twee marktgebouwen in de Minervahaven te Amsterdam. Partijen hadden een intentieovereenkomst gesloten en onderhandelden vervolgens over een koopovereenkomst waarvan een concepttekst van 24 oktober 2008 bestond. Hoewel partijen feitelijk bijna overeenstemming hadden bereikt over deze tekst, waren er nog tal van uitvoeringsaspecten onbesproken, waaronder de verhuursituatie van het kopgebouw, een essentieel punt voor MBO.
De rechtbank Amsterdam wees de vorderingen van Houthavens af, en het hof Amsterdam bekrachtigde dit oordeel deels op andere gronden. Het hof oordeelde dat de onderhandelingen betrekking hadden op een meeromvattend project en dat het feitelijke akkoord over de koopovereenkomststekst niet leidde tot een bindende overeenkomst. MBO had het recht om zich terug te trekken uit de onderhandelingen omdat geen overeenstemming kon worden bereikt over het essentiële punt van het niet verhuurd zijn van het kopgebouw.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp de klachten van Houthavens. Het hof had terecht geoordeeld dat de intentieovereenkomst partijen niet verplichtte tot het sluiten van de koopovereenkomst en dat de redelijkheid en billijkheid meebrachten dat MBO de onderhandelingen mocht afbreken. Ook het bewijsaanbod van Houthavens werd terecht gepasseerd als niet ter zake dienend. Hiermee blijft het oordeel van het hof dat geen koopovereenkomst tot stand is gekomen onverminderd van kracht.
Uitkomst: Geen bindende koopovereenkomst; MBO mocht onderhandelingen afbreken vanwege essentiële onenigheid.