ECLI:NL:PHR:2012:BY2253
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen valsheid in geschrift bij verkoop horloges met valse facturen
Verdachte was verkoopmedewerker en later directeur van een juweliersbedrijf dat horloges en sieraden verkocht. In de periode 2001-2005 werden verkoopfacturen opgemaakt met buitenlandse namen, terwijl de goederen feitelijk aan een binnenlandse handelaar werden geleverd. Deze handelaar kocht op naam van buitenlandse personen om het 0% BTW-tarief te kunnen toepassen.
Het hof stelde vast dat verdachte en de medeverdachte, directeur en aandeelhouder, bewust valse facturen opmaakten met het oogmerk deze als echt te gebruiken. Verdachte had een onderzoeksplicht ten aanzien van de identiteit van de afnemers en de hoedanigheid van de koper, die hij niet nakwam, waardoor hij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de facturen vals waren.
De verdediging voerde aan dat het bewijs voor opzet ontbrak en dat de buitenlandse personen mogelijk wel de afnemers waren, maar het hof verwierp deze stellingen. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en oordeelde dat medeplegen niet vereist dat het opzet van mededaders bewezen wordt. Wel werd strafvermindering toegepast wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift met een voorwaardelijke gevangenisstraf, taakstraf en geldboete, met strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn.