ECLI:NL:HR:2011:BQ6140
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij invoer cocaïne in koffer
De zaak betreft het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk invoeren van ruim 2 kilo cocaïne in Nederland. Het hof oordeelde dat verdachte, die zijn koffer kort voor vertrek aan een onbekende man gaf en wist van drugssmokkel uit Suriname, bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat zijn koffer drugs bevatte.
De bewijsvoering bestond uit processen-verbaal van aanhouding en onderzoek, en een laboratoriumrapport dat de aanwezigheid van cocaïne bevestigde. Het hof motiveerde dat verdachte zijn koffer had moeten onderzoeken, omdat de drugs direct onder de binnenvoering verstopt zaten en bij vluchtig onderzoek ontdekt hadden kunnen worden.
Verdachte voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van de inhoud, maar het hof verwierp dit omdat verdachte zijn koffer had afgestaan aan een man die hij nauwelijks kende en bekend was met de risico's van drugssmokkel vanuit Suriname.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en het cassatieberoep faalde. Het arrest bevestigt het leerstuk van voorwaardelijk opzet bij drugssmokkel via bagage.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt voorwaardelijk opzet bij invoer van ruim 2 kilo cocaïne.