ECLI:NL:PHR:2012:BY2800
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot 15 jaar gevangenisstraf voor doodslag en diefstal na geweldpleging
Op 25 december 2007 heeft de verdachte in Enkhuizen het slachtoffer meermalen met een hard voorwerp op het hoofd geslagen en samendrukkend geweld op diens hals uitgeoefend. Het slachtoffer werd op de buik gelegd en met de handen op de rug vastgebonden, waardoor hij zich niet kon bewegen en uiteindelijk overleed. De verdachte doorzocht daarna de woning, nam autosleutels en een pinpas mee en vertrok met de auto van het slachtoffer.
Het hof achtte het voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer wettig en overtuigend bewezen, waarbij het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans op overlijden centraal stond. De gedragingen van de verdachte, waaronder het vastbinden van het slachtoffer terwijl deze waarschijnlijk al bewusteloos en stervende was, wezen op een willens en wetens aanvaarden van het gevolg.
De strafoplegging hield rekening met de ernst en brutaliteit van het feit, de recidive van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden. Het hof legde een gevangenisstraf van vijftien jaar op, een straf die hoger is dan gebruikelijk voor doodslag, mede vanwege de meedogenloosheid en het laffe karakter van de daad en de diefstal die volgde.
De Hoge Raad verwierp de klachten over de motivering van het opzet en de strafoplegging en oordeelde dat het hof voldoende redenen had gegeven voor de strafmaat. Wel werd de overschrijding van de redelijke termijn erkend, waarna de Hoge Raad het arrest vernietigde voor wat betreft de strafoplegging, met de mogelijkheid tot vermindering van de straf tot de gebruikelijke maatstaf. Voor het overige werd het beroep verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf wegens doodslag en diefstal; het arrest is vernietigd voor wat betreft de strafoplegging vanwege overschrijding van de redelijke termijn.