ECLI:NL:HR:2006:AZ1658
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij poging tot doodslag met kussen en wurging
De zaak betreft een poging tot doodslag op een 79-jarige vrouw die bekend was met een ernstige ziekte. Verdachte drong haar woning binnen, bond haar vast, en oefende met een kussen en zijn handen druk uit op haar gezicht en keel, waardoor het slachtoffer meerdere keren het gevoel had te stikken. Ondanks dat verdachte het geweld kortstondig staakte, zette hij het telkens voort en was hij nog bezig toen de politie arriveerde.
Het hof stelde vast dat verdachte zich bewust was van de kwetsbare gezondheid van het slachtoffer en dat hij de aanmerkelijke kans op haar dood heeft aanvaard. De verdediging voerde aan dat het geweld alleen bedoeld was om de pincode van de bankpas af te dwingen en dat het opzet op doodslag ontbrak, maar dit werd door het hof verworpen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat sprake was van voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer. De gedragingen van verdachte waren zo gericht op het veroorzaken van de dood dat het niet anders kon zijn dan dat hij de aanmerkelijke kans op overlijden aanvaardde. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling tot zes jaar gevangenisstraf gehandhaafd.
De zaak illustreert de toepassing van het leerstuk van voorwaardelijk opzet bij poging tot doodslag en benadrukt dat het tijdelijk staken van levensbedreigend geweld niet automatisch betekent dat de aanmerkelijke kans op overlijden niet langer wordt aanvaard.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot zes jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet.